De arbeidsmarkt koelt af. Maar de krapte is nog lang niet voorbij.
Landelijke cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Per beroep verschillen de mate van krapte en vooruitzichten richting 2030 sterk.
De spanning op de Nederlandse arbeidsmarkt neemt af. In het tweede kwartaal van 2026 waren er 95 vacatures per 100 werklozen, tegenover 142 op de piek in 2022. Toch betekent die afkoeling niet dat personeel ineens makkelijker te vinden is. Onder het landelijke gemiddelde zijn de verschillen tussen beroepen groot. Voor sommige beroepen neemt de krapte de komende jaren juist verder toe.
Wie naar de landelijke cijfers kijkt, ziet duidelijk minder spanning. In het tweede kwartaal van 2026 stonden er volgens CBS 375.000 vacatures tegenover 396.000 werklozen. Dat komt neer op 95 vacatures per 100 werklozen.
Vier jaar eerder lag die verhouding op een recordniveau: 142 vacatures per 100 werklozen.
Voor werkgevers klinkt die ontwikkeling gunstig. Minder spanning zou moeten betekenen dat personeel makkelijker te vinden is. Maar daar begint de nuance: een landelijk gemiddelde zegt weinig over de mensen die een organisatie daadwerkelijk zoekt.

87 van de 93 beroepsgroepen zijn nog krap of zeer krap
De landelijke afkoeling betekent dus niet dat werkgevers overal uit meer kandidaten kunnen kiezen. In het eerste kwartaal van 2026 beoordeelde UWV 87 van de 93 beroepsgroepen als krap of zeer krap.

Voor 32 beroepen neemt de krapte richting 2030 verder toe
De huidige afkoeling hoeft niet door te zetten. UWV koppelde de actuele Spanningsindicator aan prognoses van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Voor 32 beroepen die nu al krap of zeer krap zijn, wordt richting 2030 een verdere toename van de spanning verwacht.
Tegelijkertijd neemt de spanning voor sommige andere beroepen juist af. De ontwikkeling verschilt dus sterk per beroep.

Waarom blijft personeel schaars als er nauwelijks banen bijkomen?
Waarom blijft personeel schaars als er nauwelijks banen bijkomen?
Beperkte banengroei betekent niet dat er weinig mensen nodig zijn. UWV verwacht tot en met 2027 nauwelijks groei van het aantal banen, maar tegelijkertijd tot 1,5 miljoen ontstane vacatures per jaar.
De belangrijkste verklaring is vervanging. Mensen wisselen van baan, stoppen met werken of gaan met pensioen. Volgens UWV ontstaat ongeveer negen op de tien vacatures door vervanging en niet door uitbreiding van de werkgelegenheid.
Een organisatie hoeft dus niet te groeien om veel nieuwe mensen nodig te hebben. Ook het vervangen van vertrekkende medewerkers kan voor aanhoudende personeelsvraag zorgen.
Vergrijzing vergroot de vervangingsvraag
Ook demografie speelt mee. Volgens UWV is 1 op de 10 werknemers in Nederland 60 jaar of ouder. Deze groep bereikt binnen zeven jaar de pensioengerechtigde leeftijd.
Vooral in zorg en welzijn, industrie en openbaar bestuur is het aandeel oudere werknemers relatief groot. In de zorg speelt bovendien een dubbel effect: vergrijzing zorgt voor uitstroom van personeel én voor een toenemende zorgvraag.
Beperkte economische groei betekent dus niet automatisch dat de personeelsvraag verdwijnt. Ook zonder sterke banengroei kan de vervangingsvraag groot blijven.
Een moeilijk vervulbare vacature is nog geen diagnose
Als een vacature lang openstaat, is de reflex vaak om harder te gaan werven: een extra vacaturebank, meer mediabudget, actiever sourcen of een bureau inschakelen.
Maar een vacature die niet wordt ingevuld, vertelt je alleen dát er een probleem is. Nog niet welk probleem.

Kijk verder dan de vacature van vandaag
Dezelfde lege stoel kan dus om verschillende oplossingen vragen. Meer wervingsbudget helpt weinig als de doelgroep structureel te klein is. En functie-eisen aanpassen lost weinig op als geschikte kandidaten wel beschikbaar zijn, maar tijdens het sollicitatieproces afhaken.
Arbeidsmarktdata geeft niet automatisch het antwoord, maar helpt wel om het probleem scherper te diagnosticeren.
Tegelijkertijd is arbeidsmarktdata niet alleen relevant voor vacatures die vandaag moeilijk vervulbaar zijn. De prognoses richting 2030 en de vervangingsvraag maken het ook relevant om vooruit te kijken.
Welke functies zijn de komende jaren cruciaal? Waar verwacht je uitstroom? Voor welke beroepen neemt de schaarste toe? En waar kun je anticiperen door mensen intern te ontwikkelen, andere doelgroepen te benaderen of het werk anders te organiseren?
Afkoeling betekent niet dat het personeelsvraagstuk verdwijnt
De relevante vraag is uiteindelijk niet alleen hoe krap de arbeidsmarkt vandaag is, maar:
Hoe ontwikkelt de beschikbaarheid van de mensen die onze organisatie de komende jaren nodig heeft?
Wie daar zicht op heeft, kan eerder keuzes maken over werving, functie-eisen, opleiding, behoud en personeelsplanning — in plaats van pas in actie te komen wanneer een vacature maanden openstaat.
Benieuwd naar onze bronnen?
CBS (30 juli 2026), Werkloosheid gedaald in tweede kwartaal 2026. Voor de actuele cijfers over vacatures, werkloosheid en de verhouding vacatures per 100 werklozen.
UWV (2026), Spanningsindicator: arbeidsmarkt koelt verder af. Voor de actuele spanning binnen 93 beroepsgroepen.
UWV, Krapte neemt nog verder toe in 32 beroepen. Gebaseerd op de UWV Spanningsindicator en prognoses van ROA tot 2030.
UWV, Arbeidsmarktprognose 2025–2027. Voor de prognoses over banengroei, vervangingsvraag en het aantal ontstane vacatures.
UWV, Oorzaken krapte op de arbeidsmarkt. Voor de structurele invloed van onder meer vergrijzing.